3.2 Loon- en prijsontwikkelingen

Tabel 4

Omschrijving (bedragen x € 1.000; min is nadeel)

2026

2027

2028

2029

2030

Indexering exploitatiebijdrage SFH en SKWA

-58

-58

-58

-58

-58

Indexatie loon- en prijsontwikkelingen

0

-5.040

-5.040

-5.040

-5.040

Vrijval stelposten 2026

5.296

5.208

5.428

5.513

5.513

Totaal - Loon- en prijsontwikkelingen

5.238

110

330

415

415

Uitgangspunten indexering baten en lasten

De programmabegroting wordt jaarlijks bijgesteld voor de verwachte inflatie en loon- en prijsontwikkelingen. Deze zijn gebaseerd op de inschattingen van het Centraal Planbureau (CPB) van maart 2026, zoals gepubliceerd in het Centraal economisch plan 2026 (CEP).
We hanteren daarbij de systematiek waarbij we het aankomende jaar voorcalculeren, en de twee voorgaande jaren nacalculeren. De inflatiecorrectie en indexeringen voor 2027 worden geraamd. Dit betekent dat in deze voorjaarsrapportage de begrotingsjaren 2025 en 2026 worden nagecalculeerd.

Voor loon- en prijsmutaties is bij het berekenen van het meerjarenbeeld rekening gehouden met de volgende percentages:

Tabel 5

Omschrijving

%

Nationale consumentenprijsindex (CPI):

- nacalculatie 2025

0,10%

- nacalculatie 2026

-0,30%

- indexering 2027

2,10%

- totaal Nationale consumentenprijsindex

1,90%

Loonkosten gemeentepersoneel:

- indexering 2027

4,20%

- totaal loonkosten gemeentepersoneel

4,20%

Omdat de financiele doorwerking van de CAO's al in de begroting verwerkt is, vindt hier geen nacalculatie plaats.

Materiële budgetten (goederen en diensten)

- nacalculatie 2025

-0,70%

- nacalculatie 2026

0,50%

- indexering 2027

2,10%

- totaal indexering materiële budgetten

1,90%

Inkomensoverdrachten (subsidies):

- nacalculatie 2025

0,10%

- nacalculatie 2026

-0,30%

- indexering 2027

2,10%

- totaal indexering inkomensoverdrachten

1,90%

Sociale uitkeringen in natura, loongevoelig deel:

- nacalculatie 2025

1,10%

- nacalculatie 2026

-0,20%

- indexering 2027

3,90%

- totaal sociale uitkeringen in natura, loongevoelig deel

4,80%

Sociale uitkeringen in natura, overige budgetten:

- nacalculatie 2025

0,10%

- nacalculatie 2026

-0,30%

- indexering 2027

2,10%

- totaal sociale uitkeringen in natura, overige budgetten

1,90%

Bijdrage gemeenschappelijke regelingen, loongevoelig deel:

- nacalculatie 2025

-1,30%

- nacalculatie 2026

1,10%

- indexering 2027

4,20%

- totaal bijdrage gemeenschappelijke regelingen, loongevoelig deel

4,00%

Bijdrage gemeenschappelijke regelingen, overige budgetten:

- nacalculatie 2025

- 0,70%

- nacalculatie 2026

0,50%

- indexering 2027

2,10%

- totaal bijdrage gemeenschappelijke regelingen, overige budgetten

1,90%

De indexering voor inkomensoverdrachten (subsidies) is gelijk gesteld aan het inflatiecijfer van het CPI. Dit is conform de bestendige beleidslijn.

De opbrengsten van de Onroerendezaakbelastingen (OZB) en overige tarieven (onder andere leges en huren en pachten) worden verhoogd met 1,9%, op basis van de ontwikkeling van het CPI.
De indexatie van de algemene uitkering uit het gemeentefonds is gebaseerd op de geraamde prijsontwikkeling conform het CEP 2026.

Investeringen

Voor overheidsinvesteringen rekent het CPB met een indexatie van 1,9% voor 2027. Hiervan betreft -0,20% nacalculatie over 2025 en -0,20% over 2026. Met deze indexatie wordt in de stelpost voor indexaties geen rekening gehouden. Per investering wordt beoordeeld of er als gevolg van loon- en prijsstijgingen extra krediet aangevraagd moet worden. Dit is onder meer afhankelijk van de aannames die zijn gedaan ten tijde van het berekenen van het noodzakelijke krediet en of er bijvoorbeeld ruimte is in de stelpost onvoorzien waarmee in veel kredieten rekening gehouden wordt. Mocht het noodzakelijk zijn extra krediet aan te vragen dan zijn deze aanvragen opgenomen in de paragraaf Nieuwe investeringen.

Toelichting mutaties

Overzicht algemene dekkingsmiddelen

Indexatie loon- en prijsontwikkelingen

Beleidsdoel (bedragen x € 1.000; min is nadeel)

2026

2027

2028

2029

2030

Onderdeel D Onvoorzien/saldo kostenplaatsen.

Loonkosten

0

-6.240

-6.240

-6.240

-6.240

Materiële budgetten

0

-2.420

-2.420

-2.420

-2.420

Subsidies en bijdragen derden

0

-1.060

-1.060

-1.060

-1.060

Bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen

0

-1.890

-1.890

-1.890

-1.890

Sociale uitkeringen in natura

0

-4.360

-4.360

-4.360

-4.360

Belastingen, leges en huren

0

2.880

2.880

2.880

2.880

Algemene uitkering

0

8.050

8.050

8.050

8.050

Indexatie loon- en prijsontwikkelingen

0

-5.040

-5.040

-5.040

-5.040

Zie voor een toelichting de tekst over de uitgangspunten indexering baten en lasten hierboven.

Vrijval stelposten 2026

Beleidsdoel (bedragen x € 1.000; min is nadeel)

2026

2027

2028

2029

2030

Onderdeel D Onvoorzien/saldo kostenplaatsen.

5.296

5.208

5.428

5.513

5.513

De resterende onbenutte stelposten voor loon- en prijsstijgingen vallen vrij. Er ontstaat een voordeel, dit wordt met name veroorzaakt door een lager beroep op de stelpost materiële indexatie. De reservering voor de post materiële indexatie viel bij de Voorjaarsrapportage 2025 hoger uit dan gebruikelijk, dit werd veroorzaakt door een hoge nacalculatie over 2024. De werkelijke claims ten laste van deze post zijn bij deze voorjaarsrapportage lager uitgevallen.